ADOPTIEVERZOEK.NL

ADOPTIEVERZOEK

Geschiedenis
In 1956 kreeg Nederland als een van de laatste landen in Europa een Adoptiewet. Adoptie werd en wordt vanaf dat moment als maatregel van kinderbescherming gezien. Sindsdien werden er ruim 50.000 kinderen geadopteerd (dit cijfer is gecorrigeerd voor stiefouderadopties), waarvan ruim 33.000 kinderen in het buitenland geboren zijn en ruim 16.000 in Nederland (bron: CBS en Ministerie van Justitie). Op dit moment zijn de regels over interlandelijke adoptie in Nederland gebaseerd op het Haags Adoptieverdrag, die zijn uitgewerkt in de Wobka (Wet opneming Buitenlandse Kinderen ter Adoptie) en de WCAD (Wet Conflictrecht Adoptie).

In 1974 bereikt het aantal Nederlandse adopties haar hoogtepunt met 1259 plaatsingen. Dit is tevens het moment van kentering want in de jaren erna neemt binnenlandse adoptie langzaam aan af ten faveure van adopties uit het buitenland. Deze bereiken hun top in 1980 wanneer 1599 kinderen geplaatst worden. In de jaren erna neemt het aantal binnenlandse adopties gestaag af tot een gemiddelde van 50 per jaar (1995-2005: range 29-76) over de laatste 10 jaar, terwijl er gemiddeld ruim 1000 kinderen per jaar uit het buitenland geplaatst worden (1995-2005: range 666-1193)[1].

In 2006 trad wederom een ommekeer op: het aantal adopties van kinderen uit het buitenland was slechts 816, terwijl in 2005 er nog 1185 werden geadopteerd[2]. Dit is toe te schrijven aan diverse oorzaken, maar de belangrijkste is wel de massale ondertekening en werking van het Haagse Adoptieverdrag[3]. Dit verdrag heeft een kinderrechtelijke signatuur en ziet adoptie als een manier voor kinderen om in een gezin op te kunnen groeien. Wel is adoptie de laatste optie en alleen te verkiezen als kinderen op geen enkele andere manier in hun geboorteland in een gezin kunnen opgroeien. Door het bevorderen van binnenlandse pleegzorg, zorg door familieleden en projecthulp, neemt het aantal kinderen dat naar het buitenland moet om in een gezin opgevoed te kunnen worden af. De meeste adoptiekinderen komen uit China, Colombia, Haïti en Ethiopië.


Binnenlandse adoptie
Het aantal binnenlandse adopties is laag. Er worden in Nederland relatief weinig kinderen afgestaan: enkele tientallen per jaar. De procedure voor binnenlandse adoptie is vastgelegd in een protocol tussen betrokken instanties. Moeders die afstand overwegen worden begeleid door het FIOM of de VBOK. Zij hebben het recht om in de eerste drie maanden na de geboorte, terug te komen op hun voornemen afstand te doen. Het kind woont mede daarom die periode in een pleeggezin. Na de pleeggezinplaatsing wordt het kind in het adoptiegezin geplaatst. De afstandsmoeder mag hierbij wensen voor het gezin aangeven (bv. leeftijden, gezinssamenstelling, geloof). De Raad voor de Kinderbescherming probeert dit zoveel mogelijk te honoreren. Als het kind een jaar in het adoptiegezin woont (mits verzorgd door 2 ouders, bij eenouderadoptie is de verzorgingstermijn 3 jaar) kan de adoptie naar Nederlands recht worden aangevraagd. Tot de juridische adoptie een feit is, kan de afstandsmoeder in principe terugkomen op haar besluit tot afstand.

Echtparen kunnen zich niet exclusief melden voor binnenlandse adoptie, zij doorlopen dezelfde procedure als echtparen die een buitenlands kind willen adopteren. Wanneer bij het gezinsonderzoek door de Raad voor de Kinderbescherming blijkt dat aspirant ouders geschikt zijn voor binnenlandse adoptie waarbij openheid en contact met de geboortemoeder voor kunnen komen, kunnen zij op de Nederlandse lijst geplaatst worden. Er geen garantie is dat men uiteindelijk ook echt een kind krijgt toegewezen.


De procedure

Randvoorwaarden
Om de rechten van adoptiekinderen te kunnen borgen en kinderen een zo groot mogelijke kans op een goede toekomst te geven in hun nieuwe gezin, is adoptie met regels omgeven. Zo zijn er regels gesteld aan de leeftijd van kinderen: adoptiekinderen mogen maximaal 6 jaar oud zijn, tenzij ze tegelijkertijd met een jonger broertje of zusje worden geadopteerd. Het is vooral een lange weg die aspirant ouders gaan. Allereerst moeten zij aan diverse voorwaarden voldoen: ze mogen niet meer dan 40 jaar ouder zijn dan hun adoptiekind, moeten gezond zijn, een veilige omgeving kunnen bieden, voldoende inkomsten hebben, etc. In feite moeten zij in beginsel geschikt zijn voor het opvoeden en verzorgen van een buitenlands kind.


Stappen in de procedure
De adoptieprocedure start met een aanmelding bij de Stichting Adoptievoorzieningen. Dan volgt een wachtperiode, waarna de aspirant ouders worden opgeroepen voor de voorlichting. Alle ouders volgen zes verplichte voorlichtingsbijeenkomsten bij de Stichting Adoptievoorzieningen. Deze bijeenkomsten moeten zij zelf bekostigen. Als de voorlichting is afgerond, komt de Raad voor de Kinderbescherming in beeld. Zij moet een advies uitbrengen aan het Ministerie van Justitie inzake de geschiktheid van de wensouders.

Daartoe voert de Raad een gezinsonderzoek uit, dat wordt afgesloten met het gezinsrapport. Bij een positief advies, krijgen de aspirant adoptieouders een beginseltoestemming. Adopteren zonder een beginseltoestemming is illegaal. Als aspirant adoptieouders in het bezit zijn van een beginseltoestemming, kunnen zij zich inschrijven bij een Vergunninghouder. Dit is de bemiddelende instantie. In Nederland zijn er zeven Vergunninghouders: Wereldkinderen, Stichting Kind en Toekomst, Meiling, FLASH, Stichting Afrika, Hogar en de NAS (Nederlandse Adoptie Stichting). Wanneer ouders willen adopteren uit een land waar geen contacten mee zijn, kunnen zij er voor kiezen de adoptie zelf te regelen. Ook dan moeten zij zich tot een Vergunnighouder wenden, deze moet dan in een zogenaamde deelbemiddelingsprocedure de contacten controleren en nagaan of de procedures goed zijn doorlopen.


Homoadoptie
In Nederland is het ook mogelijk voor stellen van gelijk geslacht om kinderen te adopteren. Onder het paarse kabinet werd in eerste instantie in 2000 besloten dat alleen kinderen uit Nederland geadopteerd mochten worden, omdat adoptielanden zoals India en Thailand niet meer met Nederland in zee zouden willen zodra de mogelijkheid bestond dat kinderen uit die landen hier bij homostellen ondergebracht zouden worden. Nederland zou een zodanig slecht imago krijgen dat zelfs adoptie door heteroparen eronder zou kunnen lijden[4].


Herroeping
In Nederland hebben geadopteerden het recht via herroeping de adoptie beëindigen, na het tweede, maar voor het vijfde jaar nadat zij meerderjarig zijn geworden. De adoptiefamiliebetrekkingen houden dan op te bestaan en de familierechtelijke betrekking van voor de adoptie wordt hersteld. De rechter toetst of dat laatste wel mogelijk is

Deze domeinnaam kopen of huren? geef hier uw bod